Skip to content

Alles is in beweging

juli 9, 2012

’n Utrechts verhaal vol weemoed

Licht, lucht en ruimte. Mijn ouders vonden het in 1956 in de nieuwe Utrechtse wijk Hoograven. De stad had het weidegebied van het dorp Jutphaas geannexeerd om nieuwe woonruimte te creëren voor de almaar uitdijende Utrechtse bevolking. Het gezin Griffioen droeg daaraan bij. Met een vierde kind op komst werd het benauwde etagewoninkje bij de Douwe Egberts aan het Amsterdam-Rijnkanaal kleiner dan het al was. En zo verhuisde ons gezin naar de Scherpenburglaan 8, een flatwoning met maar liefst twee verdiepingen, speciaal bestemd voor grote katholieke gezinnen. De wijk was lang niet klaar. Vanaf het balkon hadden we uitzicht op een enorme zandstrook met bergen klinkers voor de weg die zou worden aangelegd. Ons kinderparadijs. We bouwden hutten als kastelen tot mama ons riep voor het avondeten.

Vandaag sta ik weer op de Scherpenburglaan. Waar eens ons paradijsje lag strekt zich een vierbaansweg uit die Hoograven met twee andere wijken verbindt. Ik ben verrast door de speelse belijning, de doordachte architectuur en de menselijke maat van de gebouwcomplexen. De filosofie van architecten als  Rietveld die dit stadsdeel ontwierpen staat hier nog recht overeind. Ik zou zo weer terug willen. En waarom ook niet?

Ik speur op de naambordjes in het portiek. Bij nummer 8 staat ‘El Ouakili’. Zoiets was te verwachten. Want op vrijwel elk balkon zit een schotelantenne gemonteerd. Rietvelds schepping heeft heel wat flaporen gekregen. Ik bel aan. Ondertussen bereid ik mijn prevelementje voor. Ik zou het huis van binnen willen zien. De klap die mijn zusje Claar bij het trapspringen maakte nog een keer willen horen. Ik zou nog een keer uit het raam van mijn jongenskamer willen springen. Met een paraplu als parachute die me in glijvlucht naar de begane grond zou brengen. Ik ben benieuwd of de bewoners nog steeds moeten baden in dat onmogelijke lavet.

De deur gaat open. Een jonge vrouw staat voor me. Ze heet Saida, stelt ze zich voor. Of ik over een paar maanden wil terugkomen, want haar ouders zijn in Marokko. Zij kan mij geen toestemming  geven om het huis binnen te gaan. ‘Ai,’ knarst het in mijn hoofd. ‘Wat is erop tegen om mij even een kijkje binnen te gunnen?’ Maar ik moet haar weigering respecteren. Het is hun huis tenslotte, al heb ik hier nog zoveel zoete herinneringen liggen. Ik vertel Saida hoe we hier leefden, de koning te rijk waren. Ze raakt geïnteresseerd. Ze vraagt tot wanneer we hier hadden gewoond. ‘Tot 1966,’ zeg ik en hoop dat ze de deur verder openzwaait. Maar de dochter des huizes blijft standvastig. Ze wil ‘eventueel’ afspreken dat ze mij volgende week binnenlaat, dan is haar oudere zus er ook. Saida wil nog wel kwijt dat mevrouw Van der Top van de derde woonlaag onlangs verhuisd is naar een bejaardenzorgcomplex. Die mevrouw was een mysterie voor mij als kind. Een man had ze niet. Wel een zoontje, Henkie, met wie we de dikste kameraadjes waren. Ze was altijd charmant gekleed, liep op hoge hakken en had lange blonde lokken ‘Lieve vrouw,’ zegt Saida, ‘dat lange haar heeft ze nog. Ze had zo’n moeite om hier – na 55 jaar – te vertrekken.’

Door het deurgat valt mijn oog op de huiskamer van de familie El Ouaki. Boven de schoorsteenmantel prijkt een sierafbeelding van een boek met Arabische lettertekens, omlijst door zilverig metaal. ‘De Koran,’ gok ik. ‘Ja,’ zegt Saida met een glimlach door zoveel herkenning. ‘Weet je,’ haak ik in, ‘vroeger hing op die plek ons kruisbeeld.’ ‘Wat mooi,’ reageert Saida.

Buiten rollen de auto’s over mijn kinderparadijs. Alles is in beweging.

(Eerder verscheen in Huurwijzer, ledenblad van de Woonbond)

Hier leer ik fietsen.

 

 

Advertenties

From → Uncategorized

8 reacties
  1. Nico Harmsen permalink

    In mijn herinnering zie ik Hoograven nog voor de annexatie. Weidegebied achter de oude huizen van arbeiders en de toenmaals deftige Julianalaan, waar mensen uit de Rivierenwijk voor de oorlog gingen wonen, want dan hoefden ze de eerste drie maanden geen huur te betalen.
    Mijn vader behield hen als klanten en ik als jochie kwam zodoende veel op Hoograven. Later zou een van mijn collega;s, het is dan 1957 aan de Scherpenburglaan wonen. Samen met hem zongen wij met een paar collega’s ’s zondags in de gevangenis aan het Wolvenplein.Een van die collega’s, ook wonend op Hoograven, was dirigent en zijn zoons misdienaar. Een daarvan is nu dirigent-organist in de Johannes-Bernardus.Na de mis in de gevangenis reden wij naar zijn huis voor een kopje koffie. Veel, heel veel heb ik in die jaren zien bouwen, inmiddels al weer afgebroken en weer andere flats en huizen zien verrijzen.. De smalle Julianabrug met de grote verkeerssluis in de Vaartse Rijn bij de Waalstraat moest vervangen worden door twee bruggen om alle verkeer in en uit Hoograven naar de stad te kunnen verwerken.Jan Verheul, geboren en getogen op de Helling en evenals ik lid van de verkenners weet veel van Hoograven en heeft een uitgebreid foto-archief.Er is nog iemand wiens zoon ik als leerling had, de Reuver, die zich sterk gemaakt heeft voor de historie van Hoograven. Kerken, eerst van hout, dan van steen en weer later weer opnieuw in Romaanse stijl vansteen en nog een tweede kerk en nu dan een prachtig klein kerkelijk centrum.Diaken van Kleinwee, oud-wethouder en heel lang woonachtig aan de Julianalaan weet ook daar veel over te vertellen.
    Er is nog meer maar dat laat ik aan de echte Hoogravenezen over. Nico Harmsen

  2. Caralita permalink

    Leuke foto!

  3. Marianne van Waterschoot permalink

    Walk in memory lane… Mooi.
    En wat lijk je op de foto op de enige zoon van mijn beste vriendin

    Hoop alles goed, groet, mooie zomer
    Marianne

  4. ‘Wat ben ik gegroeid’, dacht ik toen ik daar onlangs ook een kijkje nam en nog een keer van de trapleuning gleed. Die grote bult op mijn voorhoofd kwam opeens weer tevoorschijn.

  5. Simon permalink

    Wederom een mooi verhaal om even rustig te lezen en inje op te nemen. Gr. “neef” Simon

  6. Marini permalink

    Ik kan me de flat nog voor me halen,ik kan me niet herinneren of ik er toen ook wel eens logeerde,maar wel logeer partijen op de Admiraal van Gent straat.
    Groeten uit het zomerse (30) Canada.
    Je nicht,
    Marini.

  7. Douwe permalink

    Meester van het weemoedige woord.
    Beter wordt niet, Werend.
    Wel mooier.

  8. De roman De plaatsen van de jeugd (Contact, 1997) opent met de beschrijving van dit Hoograven, deels sterk veranderd, deels nog de oude sfeer ademend. Ook ik kom er nog wel eens en belde eens aan. Ik werd toen alsof de tijd niet voorbij was gegaan, herkend als voormalig kind, naar binnen genood en dronk een kopje thee bij de moeder van mijn toenmalig vriendje. Prachtige nieuwe herinnering!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: